De passie van een tennisleraar
Mattieu van der Heyden / De passie van een tennisleraar

We kennen allemaal de cliché’s: de tennisleraar met een gebronsd uiterlijk die de ene vrouw na de andere versiert. Dat van die gebruinde benen klopt wel, in ieder geval in de zomer, maar voor de rest heeft Louis zich altijd gehouden aan de goede raad van zijn mentor Stan Edwards om privé en werk goed gescheiden te houden, want blijkbaar had je in Australië ook tennisleraren die zich de aandacht van de dames gaarne lieten aanleunen. Edwards zei: ‘Never get your meat, where you get your bread and butter’, oftewel: je moet geen vrouwen versieren op je werk.
“Ik wilde vooral goed les geven, punt uit, maar ik heb ooit eens een collega gehad die een echte “liefhebber” was. Dat merkte ik tenminste toen ik een keer met hem meeging. Hij nam van een paar clubs afscheid, omdat hij in militaire dienst moest. Overal waar we kwamen waren er vrouwen die het vreselijk vonden dat hij moest stoppen. ‘We hebben toch een leuke zomer gehad!’ Tot slot zei hij: ‘Ja, en dan moeten we nog even bij die ene langs, want die kwam ook vaak bij me slapen. En dat allemaal op één dag! Maar goed, het waren in ieder geval geen getrouwde vrouwen.”
Overigens bestaan er wel meer wonderlijke ideeën over het beroep van tennisleraar. Sommige mensen vragen zich af òf het eigenlijk wel een beroep is. Louis begrijpt dat wel. “Toen ik pas begon, begin jaren zeventig, waren er 200 tennisleraren in Nederland. Sommige mensen dachten dat je de tennislessen erbij deed, zoals je in het amateurvoetbal ook trainers hebt die overdag een baan hebben en ’s avonds wat trainingen geven. Naarmate meer mensen gingen tennissen, zagen ze dat tennisleraar toch ècht een beroep was, en dat we meer doen dan lekker in het zonnetje wat over de baan lopen. Ik begrijp wel hoe dat idee is ontstaan, want voor de meeste mensen is tennissen ontspanning, maar voor ons is het hard werken.”
Een ander misverstand is dat tennis nog steeds een elitesport zou zijn. “Zo is het destijds wel begonnen, maar inmiddels is het de tweede sport van Nederland. De tennisbond telt 700.000 leden en daarnaast zijn er nog zo’n 400.000 mensen die af en toe een balletje slaan.”

2007 / ISBN 978-90-8570-167-5 / NUR 402 / 80 pagina's / met foto's van Bram de Hollander Fotografie
Share Product
Share via E-Mail Share on Facebook
Share on Twitter
Zoeken